Scroll to top

Kapiteinszoon Jan Doen uit Hoorn


Peter Swart - 19 september 2019 - 1 reactie

Op 20 mei 1715 meldde Jan Doen zich aan boord van de Huis te Warmelo. Hij was amper 15 jaar oud, afkomstig uit Hoorn en zoon van een marinekapitein. In de betaalrol staat Jan ingeschreven als volontair, een aanduiding die zich het beste laat vertalen als leerling of stagiair. Volgens een reglement voor zeeofficieren uit het midden van de achttiende eeuw moesten volontairs meedraaien met de diensten van de stuurlieden zodat zij kennis opdeden van de besturing van het schip.

 

Ouders en gezin

Jan Doen werd op 16 mei 1700 te Hoorn gedoopt als zoon van Sijbrant Jansz Doen en Aagje Jans de Haan. Zijn ouders, beiden uit Hoorn afkomstig, waren twee jaar eerder getrouwd. Jan was het tweede kind uit dit huwelijk. Het eerste kind, waarvan geen doop is achterhaald, werd op 9 juni 1699 in de Grote Kerk van Hoorn begraven. Na Jan volgden nog zeven kinderen waarvan de meesten al op zeer jonge leeftijd overleden. Alleen zus Sijtje haalde de volwassen leeftijd. Sijbrant, een broer van Jan Doen, werd niet ouder dan 8 jaar. Hij kreeg op 14 augustus 1715 een laatste rustplaats in de Grote Kerk. Jan verbleef op dat moment in de Finse Golf.

 

Een familie van zeevaarders

De familie Doen uit Hoorn heeft veel zeevarenden voortgebracht, te beginnen met Jan Sijbrantsz Doen. Hij was de grootvader van volontair Jan Doen naar wie hij hoogstwaarschijnlijk is vernoemd. Jan Sijbrantsz was grootschipper en maakte in de jaren 1672-1676 een retourreis naar Batavia in dienst van de VOC. Nog in hetzelfde jaar van zijn thuiskomst vertrok hij opnieuw richting Oost-Indië. Onderweg tijdens deze tweede reis overleed hij. Zoon Baltus trad als VOC-schipper in zijn voetsporen en ook zoon Sijbrant, de vader van Jan Doen, leidde een zeevarend bestaan. Sijbrant Jansz Doen kreeg in 1705 een aanstelling als ordinaris kapitein van de Admiraliteit van West-Friesland en het Noorderkwartier en voerde vervolgens het bevel over de oorlogsschepen Wapen van Utrecht (1706-1707) en Wapen van Deventer (1708).

 

Ruzie op zee

In 1714 nam kapitein Sijbrant Jansz Doen zijn zoon Jan mee op een reis met het oorlogsschip Huis te Neck. Welke rang of functie de toen 14-jarige jongen bekleedde, is niet bekend. Uit een schriftelijke verklaring, afgelegd door schrijver Hendrik Semeijn ten overstaan van een notaris, blijkt dat vader en zoon tijdens deze reis bij een incident betrokken waren. Semeijn verklaarde door Jan Doen te zijn bedreigd: de kapiteinszoon zou de schrijver met een schaar ’in sijn hair’ willen knippen. Hierop deelde Hendrik Semeijn de jongen een klap uit. Jan Doen incasseerde nog een klap van de schrijver toen hij de ‘euvelen moet’ had om zijn mes te trekken. Een lieverdje lijkt de jonge Jan niet te zijn geweest. Na de schermutseling tussen kapiteinszoon en schrijver verscheen kapitein Sijbrant Jansz Doen ten tonele. Volgens de verklaring viel hij uit tegen Hendrik Semeijn met de woorden: ‘hont wat let me dat ik jouw de neck niet breeck’… Vervolgens schopte de kapitein de schrijver van de kist af waarop hij zat. Wellicht was er drank in het spel. Voorafgaand aan het incident had Semeijn geweigerd om na een maaltijd in de kapiteinskajuit wijn te drinken, ondanks sterk aandringen van de kapitein.(1)

 

Overleven en overlijden

Kapiteinszoon Jan Doen overleefde de ondergang van het fregat Huis te Warmelo. In een notariële akte uit 1720 wordt Jan Doen genoemd als stuurman van de Huis te Neck, een voor hem bekend schip. In het daaropvolgende jaar stapte hij over naar de VOC en voer als derde stuurman op het schip Wassenaar naar Batavia. Op de terugreis naar patria liet hij alsnog het leven als gevolg van een scheepsongeluk. Zijn schip Huis te Foreest verging in 1722 nabij Mauritius. Jan Doen werd 21 jaar en overleed ongetrouwd. Als erfgenamen ontvingen zijn ouders Sijbrant Jansz Doen en Aagje Jans de Haan de resterende soldij.

 

Afbeelding: Begraafbrief uit 1715 van Sijbrant Doen, de jongere broer van Jan Doen. (Westfries Archief)

 

(1) Westfries Archief, Oud Notarieel Archief Enkhuizen, inv.nr. 1124, akte 47.

1 reactie

  1. Pieter Ruiter de

    Bedankt voor deze dramatische boodschap! Niet alles glimt in de Gouden Eeuw.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.